30-04 Plon
30 april 2025 - Plön, Duitsland
Woensdag 30 april 2025
Ik werd wakker beneden in de camper.
Alles geblindeerd, raampjes dicht, Bodhi’s vestje uit, nieuw kussen (dank René!) onder m’n hoofd, en er lag zo’n soort van tevreden geknor naast me dat het bijna rustgevend was.
Ik heb serieus… gelegen. Niet geslapen. Gelegen. Als in: heerlijk. Echt heerlijk.
Voor het eerst voelde ik me niet gesloopt. Niet gejaagd. Niet opgefokt.
Ik begon erin te komen.
Ik werd wakker en dacht: vandaag gaan we gewoon een beetje lekker prutsen.
En dat deden we dus ook.
Koffie gezet. Voor mezelf. Voor René. Beetje in het zonnetje gezeten. Beetje rondgekeken. Niks bijzonders. Precies goed.
En toen… werd ik ineens avontuurlijk.
Ik besloot: ik neem de camper. Gewoon even naar het dorp.
Half m’n huisraad bleef staan, want mijn bed ligt nu op de achterbank, dus tja, dingen die vroeger kast waren zijn nu matras. Maar ik dacht: whatever, we hebben toch twee plekken geboekt, het zal wel.
Dus hup, met de camper op pad. Met René en haar hond. Naar de dierenwinkel. En ook een beetje boodschappen doen.
Het voelde serieus als een mini-expeditie.
En het was echt zo leuk. We slenterden. We kochten eten voor vanavond. We kochten halsbanden, nieuwe lijnen, snacks, nog meer lijnen (Bodhi is de Gucci-klant van de voederafdeling).
Die winkel heette geloof ik iets van “Voederbak” — een soort Duitse hondenversie van IKEA. Overal bakken. Overal honden.
En om naar de kassa te komen moest je dus langs álle bakken.
Andere honden? Geen probleem. Bodhi? Vol gas, direct zo’n bak ondersteboven.
Hondenbrokken op de vloer, mijn hondenbroek half opengetrokken. Typisch.
Maar goed, voor 100 euro aan spullen gekocht, dus de medewerkster lachte vriendelijk en ging gewoon door met vegen.
En ik? Ik begon toch een beetje op te raken.
Nog steeds niet fit. Gewoon… ziek.
Ben even langs de apotheek geweest, zoutoplossing gekocht om te snuffelen. Gaat wel weer. Maar ik ben er nog niet.
Daarna terug naar de camping. Camper perfect ingeparkeerd. Echt strak. Alsof ik het vaker doe.
Toen in het zonnetje liggen dommelen, beetje m’n route voor morgen uitgestippeld. Ik heb al een camping geboekt voor de volgende etappe. Mijn zus komt dan ook langs.
Gezellig. Heb er zin in.
’s Avonds gingen we barbecuen.
Alles was klaar.
En toen… gebeurde het.
Een soort Duitse invasie.
Plotseling begon het: campers, tenten, kinderen, ballen, klapstoelen, vouwtafels, wuppies, alles. Alles en iedereen kwam binnenrollen.
Blijkbaar is 30 april in Duitsland niet zomaar een dag, maar het begin van een feestweekend.
Dat had ik dus ff gemist.
René vluchtte half in paniek terug haar busje in.
Ik trok het ook niet meer.
Dus nu zit ik binnen. Aan een tafel, jawel. Maar niet aan het oorspronkelijke campert tafeltje, want dat is dus gesneuveld. Letterlijk.
Bodhi — in één van zijn ‘ik-moet-NU-iets-met-die-bal/doos/kind-doen’-acties — heeft bij een wilde draai de poot van dat vaste campertafeltje er gewoon keihard onderuit gemikt.
Ik heb het nog geprobeerd hoor.
Met schroeven. Plakband. Hoop.
Hij heeft welgeteld één seconde gestaan. Toen lag hij weer op de grond alsof-ie het zelf ook gênant vond.
Dus nu staat het campingtafeltje — uit nood geboren — binnen.
Eigenlijk bedoeld voor buiten, maar ach. Bodhi ligt, ik zit, het tafelblad wiebelt nét niet, en het voelt zowaar gezellig.
Straks moet dat ding natuurlijk gewoon weer naar buiten, maar voor nu: topoplossing. Het idee is leuk. En dat is ook wat waard.
Het is negen uur.
Ik vind het wel mooi geweest.
Morgen op tijd op.
René en ik gaan douchen. Gaan elkaars hond bewaken. En dan ga ik rijden.
Zo’n 350 kilometer naar een nieuwe plek in Duitsland. Al gereserveerd. Helemaal zin in

