De porta potti op je dekbed
1 mei 2025 - Sassenberg, Duitsland
1 mei
Laat ik beginnen met het belangrijkste: ik slaap deze vakantie met een portapotti op m’n bed.
Dat is een zin die ik nooit dacht op te schrijven, laat staan te beleven. Maar hier zijn we dan. Alles moet op dat bed. Niet alleen de pot – ook het kratje eten, het extra koelboxje (want wijn hoort koud), een pan of twee, een tafel, stoelen, een barbecue… Het enige wat níet op dat bed ligt, ben ik zelf, en dat lukt ook maar net.
De reden? Ik rijd in een eBuzz Camper, de allerkleinste versie. Superleuk busje, elektrisch, knuffelig, rijdt als een droom – echt, ik zie er nu al tegenop om ooit weer in mijn eigen auto te stappen. Maar klein. Zó klein. En dan is-ie ook nog eens ingericht door Outdoor Base, een lokaal bedrijf. Mooie inrichting hoor, echt waar. Slimme vakjes, handige schuifjes, het ziet er fantastisch uit.
Maar… het is dus totaal niet robuust.
Ik bedoel: als je een hond hebt die enthousiast wordt van een bal (lees: mijn hond Bodie), dan is een interieur van spaanplaat met drie millimeter schroefjes geen briljant idee. Tafeltje gekegeld. Schroefjes eruit. En ik weet zeker: als ik een kind had gehad, had die het ook omgekegeld. Dit is meubilair voor rustige mensen. En ik ben op vakantie, dus dat is geen reële inschatting.
En dan de bagageruimte. Kijk, ze geven je een tent mee. En een luifel. Hartstikke aardig. Maar dat spul vreet 100% van de ruimte achterin op. Niemand die even zegt: “Hé, als je deze meeneemt, neem je automatisch afscheid van je koffers, schoenen en humeur.” En die luifel? Die hangt dus niet vast aan het busje. Die ligt erin. Ik heb hem nog niet opgezet. En tenzij het straks keihard pleurt, blijft dat ook zo.
En dat tafeltje dat erbij zat? Prima ding, BoCamp-waardig, zeggen ze. Maar om hem in te klappen moet je hem op z’n kop zetten en de poten losschroeven. En dat wil je dus niet als je op een modderige plek staat. Dan zit je met een tafeltje vol drek op je dekbed. En dat is dus wél wat er is gebeurd.
Maar goed. Ik was onderweg naar een camping in Duitsland. Zonder te weten dat 1 mei daar een nationale feestdag is. Alles dicht. Alle winkels. Maar gelukkig: genoeg voorraad, dus geen paniek.
Ik had deze plek uitgezocht vanwege de beloofde rust. Ha. Tja. Rust is relatief. Ik zit bij de receptie, waar het blijkbaar feestlocatie nummer 1 is. Er staan bierstoepen. Er rijden mensen op huifkarren. En er klinkt luide Duitse feestmuziek uit boxen die waarschijnlijk al sinds 1998 niet meer zijn uitgezet. Anton aus Tirol is hier geen grap, het is een levensstijl.
Maar: ik had bij aankomst wél iets geleerd. Namelijk dat je het rustigste plekje moet vragen. Dus ik meldde bij de receptie: “Hallo, ik heb een hond die geobsedeerd is door ballen. Heeft u een plek zonder kinderen-met-ballen?” En die man — props voor hem — regelde het. Ik kijk nu uit op een bos. Geen kinderen. Geen ballen. Dus dan kan de hele Duitse schlager-scene zich hier verzamelen, het zal me echt jeuk zijn. Zolang Bodie niet naar een bal hoeft te sprinten dwars door mijn keukeninrichting, is alles goed.
Nou ja… bijna alles. Want onderweg had ik het heet, moest ik laden bij een station waar de helft niet werkte, en toen ik eindelijk wilde wegrijden, bleek ik dus Bodie z’n matje én drinkbak te zijn vergeten. Stonden daar nog op een plekje in de schaduw, zielig te wezen. Gelukkig ben ik niet voor één gat te vangen – ik heb nog twintig andere bakjes en matjes in dit rijdende opbergsysteem.
Wat ik niet meer had: de stekker. Jawel. Die campingstekker. Dé stekker die je camper aan de stroom koppelt. Die lag dus nog thuis. Campingfout nummer één, waarschijnlijk. Dus morgen: naar een winkel. Als die open is. Anders slapen we zonder stroom. Ook goed. Zolang de portapotti maar niet omvalt.

