28 april - camping net over de Duitse grens in Wilsum

30 april 2025 - Wilsum, Duitsland

Maandag 28 april 2025

Mijn eerste volle dag op de camping.

Gisteren vertrokken met m’n net gehuurde ID-busje – vol goede moed, lichte paniek, een beetje te veel spullen, en nul idee waar ik eigenlijk mee bezig was.

Ik kwam aan, zette meteen een tent op. Waarom? Geen idee. Het leek me toen logisch.

Vandaag alweer afgebroken.

Alles is nieuw. Alles is zoeken.

En nu sta ik te koken in de avondschemering, met een half roerend pannetje, en denk ik terug aan vandaag. En gisteren.

En vooral aan Peer.

Peer dus.

Een man van ergens boven de zeventig. Uit Almere.

Vroeger vrachtwagenchauffeur, door heel Europa heen. Die man hééft geleefd. Je ziet het aan hem. Ruig randje, warme ogen.

De weg was zijn tweede thuis, en zijn verhalen ruiken nog naar diesel en koffie uit een thermoskan.

Hij leeft nu rustiger, zegt hij, maar je ziet aan alles dat hij het liefst nog steeds rijdt.

Met zijn zelfgebouwde camper.

Hij heeft een jonge vrouw — zeventien jaar jonger. Zij houdt van thuis, hij van de weg.

Ze vinden elkaar ergens in het midden, vermoed ik. Of botsen daar juist.

En dan is er nog zijn dochter. 29.

Hij ziet haar weinig.

Geen drama, geen verdriet, gewoon… afstand.

Peer praat daar niet met wrok over, eerder met een soort zachte berusting. Alsof hij weet: zo gaat het soms.

Mijn eigen dag was allesbehalve soepel.

Bodhi, mijn trouwe Labrador, stond aan.

Kinderen. Ballen. Geluiden. Mensen.

Hij trok in zijn stress niet één, maar twee lijnen kapot.

Ik viel drie keer over dat verdomde koord. Mijn benen zijn inmiddels blauw met vlekken.

En eerlijk? Ik dacht serieus even: hoe ga ik dit in godsnaam volhouden deze vakantie?

En toen was daar Peer.

Die hielp me.

Met de tent. Met de porta potty. Met alles wat ik eigenlijk niet snapte, maar niet durfde toe te geven.

Hij was zo’n onverwachte rots. Zo’n stil rustpunt in een dag vol gedoe.

Een soort wandelend anker in een zelfgebouwde camper.

Bodhi, die normaal alleen mensen accepteert die door zijn onzichtbare kwaliteitskeuring komen, was meteen weg van Peer.

Hij plofte naast hem neer alsof ze elkaar al jaren kenden.

En ik weet: als Bodhi iemand vertrouwt, dan zit het goed.

Ik kijk nu naar Peer’s busje. Het is prachtig. Rauw. Eigen. Doorleefd.

Zoals hij zelf is.

En ergens raakt het me ook — zijn liefde voor een biertje, zijn openheid daarin.

Ik herken dat.

Ik hou ook van een wijntje. Te veel.

En ergens, in de schemer, neem ik me voor: als ik later ooit moet kiezen tussen mijn kinderen en de wijn — dan hoop ik dat ik sterk genoeg ben.

Dat ik kies voor liefde. Voor contact. Voor hun toekomst. Niet die van de fles.

Soms, denk ik, zijn er van die ontmoetingen die precies op tijd komen.

Niet spectaculair. Niet groot.

Maar precies goed.

Peer was dat vandaag.

En nu roert mijn eten verder.

Bodhi slaapt eindelijk.

En ik voel me, voor het eerst in twee dagen, een beetje geland.

Foto’s